Motor van de Zaak

De
fiscale behandeling van een motor van de zaak pakt op een groot aantal
punten anders uit dan bij een auto van de zaak. De fiscaliteit van
auto's wordt al weer enkele jaren gedicteerd door de CO²-uitstoot van de
auto, bij motoren speelt dat geen enkele rol. Zo is het BPM-tarief voor
motoren uitsluitend gebaseerd op de cataloguswaarde, de luchtvervuiling
door CO²- uitstoot is hierbij niet van belang.
Als (startende IB-)ondernemer kunt u de aanschafkosten van uw motor
desgewenst willekeurig afschrijven: de willekeurige afschrijving voor
(startende) ondernemers geldt niet voor auto's maar wél voor een motor.
Dat geldt ook voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek:
personenauto's zijn uitgesloten, motoren niet.

Als
IB-ondernemer kunt u in eerste instantie alle kosten van het bezit en
het gebruik van de motor - zoals de afschrijving, brandstof, onderhoud
en verzekering - ten laste van uw winst uit onderneming brengen. Op die
kostenaftrek moet u vervolgens een correctie aanbrengen voor de kosten
van privé ritten. Woon-werkverkeer geldt hierbij - net als bij auto's -
als zakelijk gebruik. Die correctie op de kostenaftrek kan naar rato van
de verreden privé kilometers ten opzichte van het totaal aantal
verreden kilometers in een jaar. Daarbij is een kilometeradministratie
wenselijk, maar niet noodzakelijk. U moet als ondernemer aannemelijk
maken in welke mate de kosten van de motor als bedrijfskosten kunnen
worden aangemerkt. Ook hier is een duidelijk verschil met de regeling
voor personenauto's. Bij auto's geldt een forfaitaire bijtelling voor
privégebruik, afhankelijk van de CO²-uitstoot van de auto. Die regeling
kent een marge van 500 kilometers voor privégebruik: als de ondernemer
of werknemer de auto voor niet meer dan 500 kilometers voor privé
doeleinden gebruikt, blijft een bijtelling achterwege. Bij motoren moet
er direct vanaf de eerste kilometer voor privé een winstcorrectie worden
doorgevoerd.
Voor de BTW geldt voor motoren eenzelfde regeling als voor
personenauto's. U kunt als BTW-belaste ondernemer in eerste instantie
alle BTW op de kosten van de motor als voorbelasting in aftrek brengen.
Het gebruik van de motor voor privé wordt beschouwd als een belastbare
dienst. U moet daarover BTW afdragen, en wel over het bedrag van 'voor
het verrichten van die dienst gemaakte uitgaven'. Tot die 'gemaakte
uitgaven' voor de privé ritten behoren de toerekenbare
exploitatiekosten, maar ook (een evenredig gedeelte van) de afschrijving
op de motor: in het jaar waarin u de motor koopt en in de
daaropvolgende vier jaren steeds per jaar 20% van de aanschafkosten. Zie
ook in BelastingBelangen: BTW op privégebruik auto: het 2,7% forfait
voor de regeling bij personenauto's. Voor de BTW-correctie geldt het
woon-werkverkeer - net als bij personenauto's - als privégebruik.


Ik wens u veel plezier op uw motor van de zaak.

Note: deze text is als lijdraad overgenomen van het internet.